‘Sterren promoten vooral troepvoer’

Beyoncé, Britney Spears, Katy Perry, Justin Timberlake en One Direction; ze bezorgen het (jonge) publiek fijne deuntjes op de radio, maar ook extra kilo’s op de heupen. Die klacht klinkt nu althans na een onderzoek naar promotie-activiteiten van popsterren. 

Professor Marie Bragg en haar team van de New York University namen voor de studie muzieksterren en hun promotionele activiteiten onder de loep. Hieruit bleek dat zij veelvuldig reclame maken voor voedsel en dat het hierbij hoofdzakelijk om ongezond voedsel gaat.

Vooral frisdranken en fastfood worden door ’s werelds bekendste gezichten aangeprezen en Bragg stelt nu dat de popsterren hiermee obesitas bij kinderen en jongvolwassenen in de hand werken.

Snacks

Liefst vier op de vijf producten die tegen betaling door beroemde personen aangeprezen worden kunnen ongezond genoemd worden. Het gaat dan om zaken als frisdrank, snoep, fastfood of calorierijke snacks.

Het onderzoek beperkte zich tot de periode 2000 tot 2014. In dit tijdsbestek verleenden 163 popsterren hun medewerking aan in totaal bijna 600 reclamecampagnes. Slechts één van deze popsterren promootte een gezonde lekkernij, namelijk pistachenootjes.

Problemen met overgewicht

De onderzoekster stelt nu dat sterren op hun manier dus bijdragen aan overgewicht bij de jonge mens. “Het is vanwege de problemen met overgewicht onder kinderen en jongvolwassenen belangrijk om het bewustzijn te vergroten over hoe bedrijven beroemdheden, die zeer populair zijn bij de doelgroep, gebruiken om hun ongezonde producten aan de man te brengen”, stelt Bragg erover tegenover The Guardian. “Onderzoek heeft eerder al uitgewezen dat advertenties voor eten leiden tot overeten en de voedselindustrie spendeert alleen al miljarden aan advertenties voor de jeugd.”

De onderzoekster hoopt nu dat bedrijven willen heroverwegen voor welke producten ze reclame maken. “Dat zou jonge mensen en hun ouders echt helpen om gezondere keuzes te maken. De meeste bedrijven hebben ook een gezonder alternatief, maar wat we zagen in ons onderzoek was deze nauwelijks gepromoot worden.”